HUISHOUDELIJK REGLEMENT (ex. Art. 6.8 der Statuten)
Vergaderingen, bijeenkomsten en cursussen
1. De Nederlandse vereniging voor hypnose, hierna te noemen “de Vereniging” kent de hierna volgende bijeenkomsten:
ledenvergaderingen in de zin van art. 17 Statuten, hierna te noemen LV;
wetenschappelijke bijeenkomsten die door het bestuur of namens het bestuur door een commissie al naar behoefte en relevantie worden georganiseerd, met dien verstande dat tenminste eenmaal per jaar een wetenschappelijke bijeenkomst zal worden gehouden, al of niet gekoppeld aan de jaarvergadering;
trainingen en cursussen, door de opleidingscommissie ex. Art. 30 Statuten te organiseren, zoals wordt bepaald door het opleidingsreglement ex. Art. 6.9 Statuten.
2. Tijdens de eerste LV van elk verenigingsjaar, genaamd de “jaarvergadering”, te houden voor 1 mei, wordt behalve de in art. 20.3 Statuten vermelde punten aan de orde gesteld:
2.1 het jaarverslag van de secretaris, alsmede een beleidsplan voor het lopende verenigingsjaar;
2.2 het financiële verslag met rekening en verantwoording van de penningmeester, alsmede een begroting voor het lopende verenigingsjaar;
2.3 een verslag van de financiële commissie (ex. art. 29 Statuten), waarna de zittende leden van deze commissie terstond aftreden en nieuwe leden op voordracht door het bestuur worden gekozen;
2.4 bestuursverkiezingen, volgens de regelen ex. art. 24 Statuten;
2.5 en de vaststelling van de hoogte van de contributie van het lopende verenigingsjaar. Het bestuur is gerechtigd in zijns inzicht bijzondere gevallen reductie te verlenen.
Rechten en plichten van leden (ex. art. 19 Statuten)
3. Leden van alle categorieën bezitten gelijke rechten en plichten met dien verstande dat het actieve en passieve kiesrecht is voorbehouden aan gewone leden en aspirant-leden.
4. Alle leden bezitten de hiernavolgende rechten:
4.1 het recht tot bijwoning van alle LV’s;
4.2 het recht tot bijwoning van alle wetenschappelijke bijeenkomsten;
4.3 het recht tegen betaling van de vastgestelde kosten deel te nemen aan de opleiding en training, mits aan de vooropleidingseisen zijn voldaan.
4.4 het recht om al of niet tegen vergoeding van onkosten gebruik te maken van alle faciliteiten die de Vereniging te bieden heeft;
4.5 het recht om raad en advies te vragen aan het bestuur in moeilijke aangelegenheden met betrekking tot de toepassing van hypnose in een behandelsetting.
5. Alle leden bezitten de hiernavolgende plichten;
5.1 de plicht tot steun en voorspraak ten behoeve van de Vereniging en haar leden;
5.2 de plicht zich te onthouden van alle behandelingen die schade kunnen toebrengen aan de Vereniging en haar leden;
5.3 de plicht om niet hypnose toe te passen, dan na de in het opleidingsreglement voorgeschreven opleiding met goed gevolg te hebben voltooid, en zulks alleen in de praktijk waartoe zij bevoegd zijn;
5.4 de plicht zich te houden aan de bepalingen van Statuten en Reglementen, in zonderheid dat het Reglement voor het Toezicht en de daarin vervatte gedragscode;
5.5 de plicht naar behoorlijke oproeping te verschijnen voor de Commissie van Toezicht.
6. Leden die zitting hebben in commissies bezitten de hiernavolgende plichten:
6.1 de plicht zich nauwgezet te houden aan de taakstelling van hun commissie;
6.2 de plicht naar vermogen hun beste krachten ten dienste van het verenigingswerk te stellen binnen het beleid van het bestuur;
6.3 de plicht desgevraagd opening van zaken te geven aan bestuur en LV met betrekking tot hun werkzaamheden en het functioneren van hun commissie.
Rechten en plichten van bestuursleden (ex. art. 27 Statuten)
7. Behoudens het bepaalde in de Statuten hebben bestuursleden de hiernavolgende rechten en plichten;
7.1 het bestuur verdeelt de werkzaamheden in onderling overleg, waarbij alle bestuursleden naar beste vermogen handelen in het belang van de Vereniging;
7.2 het bepaalde in art. 5 en 6 van dit Reglement is op bestuursleden a fortiori van toepassing;
7.3 het bestuur bereidt de LV voor en voert de besluiten daarvan uit, behartigt de belangen van de Vereniging naar beste kunnen, komt in vergadering bijeen, als zulks naar eigen oordeel ter uitoefening van zijn functie wenselijk of noodzakelijk is, tenminste zesmaal per jaar en verder zoveel malen als door tenminste twee der bestuursleden in vereniging wordt gewenst;
7.4 de voorzitter bekleedt het hoogste gezag in de Vereniging, zit de LV alsmede de vergaderingen van het bestuur voor met dien verstande dat hij, indien wenselijk of noodzaak zulks vordert, zich kan doen vervangen door eender andere leden van het bestuur als vice voorzitter ad hoc, en treedt in representatieve zin op bij die gelegenheden, waarbij de aanwezigheid van de Vereniging nuttig of wenselijk is;
7.5 de secretaris voert namens de Vereniging correspondentie, stelt jaarlijks een jaarverslag samen en draagt zorg voor de notulering van de LV en de vergaderingen van het bestuur;
7.6 de penningmeester voert het financiële beheer van de Vereniging, is verantwoordelijk voor het innen van baten en het voldoen van gemaakte onkosten en stelt een financieel verslag samen;
7.7 het bestuur is gerechtigd bepaalde bestuursactiviteiten en bepaalde vertegenwoordigingen te delegeren aan een of meer leden van het bestuur;
7.8 het bestuur benoemt naar behoefte een of meer commissies ter bestudering of behandeling van bepaalde onderwerpen met betrekking, waartoe het bestuur of de LV advies of voorlichting behoeft;
7.9 het bestuur is verplicht aan de leden mededeling te doen van zijn werkzaamheden, benoemingen en beslissingen;
7.10 het bestuur neemt besluiten met volstrekte meerderheid van stemmen. Bij staking der stemmen wordt het besluit aangehouden tot de volgende bestuursvergadering. Bij herhaald staken telt de stem van de voorzitter dubbel;
7.11 het bestuur is belast met de handhaving van Statuten en Reglementen, met dienverstande dat, in elk geschil tussen LV en bestuur met betrekking tot de uitleg daarvan, de LV beslist.
Reglementen van de financiële commissie (ex. art. 29 Statuten)
8. behoudens het bepaalde in de Statuten wordt terzake van de financiën het hiernavolgende bepaald:
8.1 de verplichting tot betaling van de contributie vangt aan met het verenigings¬jaar, waarin het lidmaatschap aanvangt en eindigt aan het einde van het verenigingsjaar, waarin het lidmaatschap eindigt;
8.2 naast de verenigingscontributie kunnen ook voor wetenschappelijke bijeen¬komsten bijdragen worden gevorderd van de deelnemers ter dekking van onkosten en honoraria, waarvan een eventueel batig saldo ten voordele, en nadelig saldo ten laste van de verenigingskas komt, tenzij de deelnemers besluiten tot een hoofdelijk omslag van het tekort;
8.3 naast de verenigingscontributie zal van de leden die een in het opleidings¬reglement voorgeschreven opleidingstraining volgen, een bijdrage worden gevorderd ter dekking van onkosten en honoraria, waarvan het saldo zal worden behandeld als in art. 8.2;
8.4 de invordering van de contributie en cursusgelden is als volgt geregeld:
8.4.1 de invordering geschiedt door toezending van een factuur waarop het verschuldigde bedrag staat, met het verzoek tot betaling binnen een maand;
8.4.2 bij in gebreke blijven wordt alsnog een herinnering toegezonden met een termijn van een maand en met de mededeling dat bij verder in gebreke blijven een incassoprocedure zal worden ingesteld op kosten van de wanbetaler;
8.4.3 bij verder in gebreke blijven kan de invordering worden opgedragen aan een incassobureau;
8.4.4 bij definitief in gebreke blijven wordt een procedure ingeleid ex. art. 15.3 Statuten;
8.5 het beheer van de gelden, zoals bedoeld in art. 8.2 en 8.3 kan door het bestuur worden gedelegeerd aan de organiserende commissie met dien verstande dat ook het financiële handelen van een zodanige commissie onder toezicht staat van de Financiële Commissie;
8.6 het jaarlijks onderzoek van de kascommissie, dat aan de hand van een door een externe deskundige uitgebracht rapport plaatsvindt, omvat de hierna volgende taken, welke overigens het eigen initiatief van de commissie onverlet laten:
8.6.1 kascontrole, zijnde de vaststelling van de omvang en de aanwezigheid van zowel de contante alsook de girale middelen;
8.6.2 controle van baten en lasten van het lopende boekjaar zijnde de vaststelling van de overeenstemming tussen kasboek respectievelijk bankboek en de bewijsstukken met betrekking tot:
- uitgaven: vaststelling van de ten behoeve van de Vereniging gedane levering of prestaties en de terzake verschuldigde bedragen;
- inkomsten: vaststelling van de aan de Vereniging verschuldigde contributie en donatiegelden en de terzake in te vorderen bedragen;
- transitorische posten, zijnde de per balansdatum nog te betalen of vooruitbetaalde kosten en nog te vorderen of vooruit ontvangen baten;
8.6.3 balanscontrole, zijnde de vaststelling van de aanwezigheid van de roerende vaste activa van de Vereniging, respectievelijk de transitorische posten terzake;
8.7 de commissie kan besluiten tot een totaal onderzoek of een steekproefsgewijze onderzoek, en legt in haar verslag verantwoording af over deze keuze;
8.8 de commissie brengt na voltooiing van haar onderzoek schriftelijk verslag uit aan de LV in een voorgeschreven vorm.
Besluitvorming en stemming ter LV
9. De besluitvorming ter LV geschiedt na ruime toelichting bij volstrekte meerderheid en discussie van stemmen, met dien verstande dat:
9.1 over zaken hij handopsteking wordt gestemd;
9.2 over personen schriftelijk wordt gestemd;
9.3 moties van orde onmiddellijk in behandeling worden genomen;
9.4 stemgerechtigde leden gerechtigd zijn nog ter vergadering amendementen in te dienen, die bij de besluitvorming gelijkelijk worden behandeld en in stemming gebracht.
Van de geledingen van de Vereniging
10. Het bestuur is gerechtigd commissies, secties, werkgroepen en studiegroepen in te stellen.
Studentenreglement
11. Met betrekking tot het student lidmaatschap is bet hierna volgende bepaald:
11.1 tot het student lidmaatschap kunnen worden toegelaten personen die voldoen aan de bepalingen zoals vastgesteld in art. 12 Statuten;
11.2 voor student leden gelden alle rechten en plichten zoals vermeld in het Huishoudelijk Reglement, behoudens de hierna volgende beperkingen van art. 4.3 en 4.4:
11.2.1 het student lid is gerechtigd tot het afleggen van de A toets;
11.2.2 het student lid kan tegen gereduceerde prijs deelnemen aan de A opleiding
11.2.3 het student lid is niet toegelaten tot de B opleiding;
11.3 het student lid is slechts onder bestendige supervisie en verantwoordelijkheid van een gewoon lid van de Vereniging gerechtigd het geleerde, na afronding van zijn A opleiding, toe te passen, waarbij de uiterste zorgvuldigheid in acht dient te worden genomen met betrekking tot de regels van het Reglement voor het Toezicht.
11.4 Van student-lid kan sprake zijn niet langer dan voor een periode van 3 jaar.
Van kandidaat-lid kan sprake zijn niet langer dan voor een periode van 2 jaar.
Dispensatieregeling
12. Met betrekking tot de Dispensatieregeling is het hiernavolgende bepaald:
12.1 de aanmelding voor het aspirant lidmaatschap alsmede de registratie als gewoon lid geschiedt zoals geregeld in het opleidingsreglement (art. 14.2 Statuten);
12.2 ter beoordeling van de aanvragen voor toelating tot de Vereniging is door het bestuur de toelatingscommissie benoemd (art. 34 Statuten);
12.3 een persoon kan bij zijn aanvraag voor toelating als lid van de Vereniging tevens verzoeken om (gedeeltelijke) dispensatie van de in het opleidings¬reglement beschreven opleidingen (art. 9.2 en art. 10.2 Statuten). De dispensatie kan de A toets, de A opleiding of (een gedeelte van) de B opleiding betreffen.
De toelatingscommissie zal in voorkomende gevallen bij positieve advisering aan bet bestuur om een persoon toe te laten als kandidaat-lid, tevens een kopie van de aanvrage met het dispensatieverzoek en de bijbehorende toelichting doorsturen aan de secretaris van de opleidingscommissie c.q. het lid van de opleidingscommissie dat de beoordeling van dispensatieverzoeken tot zijn taak heeft;
12.4 na beoordeling van het dispensatieverzoek wordt door de opleidingscommissie advies uitgebracht aan het bestuur, inhoudende toekenning, afwijzing, danwel nader te stellen eisen ter verkrijging van de dispensatie;
12.5 het bestuur neemt in vergadering een beslissing op grond van de advisering van de opleidingscommissie, waarna de secretaris van het bestuur het betrokken lid in kennis stelt van het bestuursbesluit;
12.6 een lid kan tegen de beslissing van het bestuur in beroep gaan bij het college
van beroep (ad. 35 Statuten);
12.7 voor de duidelijkheid zij gesteld dat de behandeling van het dispensatie¬verzoek onafhankelijk van de registratie als kandidaat-lid verloopt. De toelating tot de Vereniging als kandidaat--lid geschiedt op advies van de toelatings¬commissie bij bestuursbesluit, waarvan de secretaris van het bestuur de betrokken persoon op de hoogte stelt (zie procedure toelating).
Procedure toelating
13. Met betrekking tot de procedure toelating is het hiernavolgende bepaald:
13.1 het bestuur heeft op 15 februari 1983 de toelatingscommissie ingesteld. Deze commissie beoordeelt de aanvragen van personen om lid te worden van de Vereniging en adviseert het bestuur hierover (art. 34 Statuten).
De secretaris van het bestuur is tevens voorzitter van de toelatingscommissie.
De toelatingsprocedure is als volgt
13.2 aanvragen tot toelating tot de Vereniging worden via het secretariaat naar de leden van de toelatingscommissie gestuurd. Na beoordeling worden de aanvragen toegestuurd aan de secretaris van het bestuur, vergezeld van een advies;
13.3 op grond van deze advisering wordt door het bestuur in vergadering besloten de betrokken persoon als lid te accepteren, af te wijzen, danwel de aanvrage ten behoeve van nadere advisering aan te houden.
De betrokken persoon wordt zo spoedig mogelijk na de bestuursvergadering door de secretaris van het besluit in kennis gesteld. In het geval van afwijzing kan de betrokken persoon binnen een maand in beroep gaan bij het college van beroep (art. 14.1 Statuten):
13.4 in het geval van acceptatie wordt tevens een factuur toegezonden ter voldoening van de jaarcontributie. Het lidmaatschap wordt eerst feitelijk van kracht na ontvangst van de verschuldigde jaarcontributie.
Aanvragen voor reductie van de jaarcontributie dienen met voldoende uitgebreide toelichting te worden gericht aan de penningmeester van de Vereniging;
13.5 met het bericht van acceptatie ontvangt het kandidaat--lid tevens een kennisge¬ving van de datum van de eerstvolgende A opleiding (zie opleidingsreglement);
13.6 indien de aanvrage voor toelating tot de Vereniging vergezeld gaat van een verzoek om gedeeltelijke of gehele dispensatie, wordt hierover na advisering door de opleidingscommissie door het bestuur besloten (zie Dispen¬satieregeling).
Deze gang van zaken houdt geen vertraging in van de toelating tot de Vereniging. In het voorkomende geval zal de aanvrager toegelaten worden als kandidaat--lid en eerst later bericht krijgen van de secretaris van het bestuur over de beslissing met betrekking tot zijn aanvrage voor dispensatie;
13.7 onder vergelijkbare bekwaamheid (art. 9 1 1 Statuten) wordt verstaan:
- zij die als psychotherapeut staan ingeschreven in het register psychotherapeuten, ingevolge de wet
- BIG en tevens academisch gevormde orthopedagogen, klinisch pedagogen en academisch gevormde gezondheidswetenschappers (afstudeerrichting geestelijke gezondheidskunde).
13.8 onder beoefenaren van een aantal beroepsgroepen (art. 9.1.2 Statuten) worden verstaan: maatschappelijk werkenden, sociaal psychiatrisch verpleegkundigen en mondhygiënisten.